Roostering

De vraag hoe een opleiding de roostering kan inzetten om het studiegedrag van studenten positief te sturen staat hier centraal.

Sequentiële programmering
Maatregelen die studenten aanzetten tot regelmatiger studiegedrag bevorderen de studievoortgang. (Jansen,1996, 1997; Vos,1992). Jansen deed onderzoek naar de curriculumorganisatie onder zes studierichtingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij stelt dat sequentiële programmering van onderwijsonderdelen het plannen voor studenten makkelijker maakt. Cursussen moeten na elkaar worden geprogrammeerd zodat deze niet met elkaar concurreren om de studietijd van de student. (Zie ook van der Hulst & Jansen, 2000). Grootschalig onderzoek van Van den Berg (2002) onder een kleine 9000 studenten van vier universiteiten in Nederland bevestigt dit beeld. Tegelijkertijd echter, blijkt hier dat naarmate een curriculum meer onderwijsblokken heeft de studievoortgang lager is.  Wat de ideale lengte van een blok is wordt niet duidelijk. Binnen een cursus concurreren onderwijsonderdelen ook met elkaar. Grote zelfstudieopdrachten (b.v. paperschrijven) zetten studenten aan het werk maar snoepen tijd af van de beschikbare tijd voor andere onderdelen van de cursus.

(Her)tentamenvoorbereidingstijd
Ten aanzien van de tentamenvoorbereidingstijd is er eenzelfde concurrentiemechanisme werkzaam. Indien (her)tentamens en het onderwijs elkaar overlappen in de tijd gaan studenten niet naar het onderwijs of (bij verplichte aanwezigheid) gaat het onderwijs ten kostte van hun tentamenvoorbereiding. Studenten maken dan wel extra studie-uren maar deze extra inspanning is beperkt omdat deze periode maar beperkt van duur is. Curricula met tentamens verspreid over het jaar hebben een positief effect op de studievoortgang. Verder blijkt dat studenten zich bij de voorbereidingen voor hun tentamens voornamelijk richten op het éérstkomende tentamen. Dicht bij elkaar geprogrammeerde tentamens beconcurreren elkaar om de zelfstudietijd van de student (Jansen, 1996; Vos,1998). Herkansingen tijdens de reguliere contactperioden veroorzaken concurrentie tussen het lopende onderwijs en de voorbereidingen op de hertentamens. Studenten zullen zo één van beide onderwijsactiviteiten minder goed voorbereiden (Jansen, 1996). De aannamen dat herkansingen dicht na de eerste tentamengelegenheid moeten worden geprogrammeerd (Wijnen, 1992) omdat de reeds opgedane kennis dan nog niet is weggezakt wordt niet ondersteund door onderzoek van Jansen (1996). Ruijter en Smit (1995) signaleren ook de tendens bij studenten, om in zo’n geval de eerste tentamengelegenheid als een vrijblijvende kans te zien. Dit werkt vertragend op hun studievoortgang. Indien de studenten snel herkansingsmogelijkheden hebben lijkt de schade voor hen gering.

Mogelijke maatregelen om de roostering zo te plannen dat het de studievoortgang bespoedigt.

Checklist roostering.

Good practice Struikelvakken.

Referenties

  • Van den Berg, M. N. (2002). Studeren? (G)een punt! Een kwantitatieve studie naar studievoortgang in het Nederlandse wetenschappelijke onderwijs in de periode 1996-2000. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam. Academisch proefschrift.
  • Gijselaer, W.H., & H.G. Schmidt (1993). Investeren in instructietijd: spaarzaamheid loont de moeite. Onderzoek van Onderwijs, 22, nov. 57-60.
  • Hulst, M. v.d. & Jansen, E. (2000). Effecten van curriculumkenmerken op studievoortgang en uitval van studenten techniek. Tijdschrift voor Onderwijsresearch 24-3/4, 237-247.
  • Jansen E. (1996). Spreiding studielast goed voor studievoortgang. Onderzoek van onderwijs, 1, sept., 56-57.
  • Jansen E.P.W.A. (1996). Curriculumorganisatie en studievoortgang. Een onderzoek onder zes studierichtingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Academisch proefschrift. GION, Groningen.
  • Jansen, E.P.W.A. (1997). Curriculumorganisatie en studievoortgang. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 22, 3-13.
  • Ruijter, C.T.A. & N.J. Smit (1995). Effecten van onderwijsprogrammering op studeergedrag. OC-bulleting 35. Onderwijskundig Centrum Universiteit Twente.
  • Van der Drift, K.D.J.M. en P. Vos (1987). Anatomie van een leeromgeving. Een onderwijseconomische analyse van universitair onderwijs. Academisch proefschrift. Lisse: Swets en Zeitlinger.
    Vos, P. (1992). Het ritme van het rooster. Onderzoek van onderwijs, 4, 51-53.
  • Vos, P. (1998). Over de ware aard van uitstellen. Tijdschrift voor Hoger onderwijs, 16, 4, 259-274.
  • Wijnen et al. (1992). Te doen of niet te doen? Advies over de studeerbaarheid van onderwijsprogramma’s in het Hoger Onderwijs. Den haag, Ministerie van Onderwijs & Wetenschappen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *