Zelfstudie-Contacttijd

Het aantal contacturen en met name ook de planning hiervan beïnvloeden het studeergedrag van studenten aanzienlijk. Hier wordt daarom besproken op welke manier de contacttijd zo ingezet kan worden dat studenten ook hun zelfstudietijd optimaal benutten.

Zelfstudietijd en contacttijd op curriculumniveau
Het aantal contacturen in een cursus is het instrument bij uitstek om het zelfstudiegedrag van studenten te beïnvloeden en daarmee ook het rendement van de opleiding. Uit onderzoek van Van der Drift en Vos (1987) bij een groot aantal (18) studierichtingen aan de Universiteit Leiden blijkt dat de zelfstudie door studenten sterk asymmetrisch is verdeeld over de tijd. Naarmate het tentamen dichterbij komt verrichten studenten meer zelfstudie. Ook hun voorbereiding (zelfstudie) op contacturen treedt pas op vlak vòòrdat dit gegeven wordt. De gemiddelde werkweek voor studenten blijkt in de praktijk maximaal 32 netto uur te bedragen (ongeacht studiedruk). Een toename in instructietijd gaat daarom op een gegeven moment ten kostte gaan van de beschikbare zelfstudietijd. Deze conclusie is gebaseerd op zogenaamd “tijdschrijfonderzoek”en wordt ook wel de ‘wet van Vos’ genoemd: ‘de hoeveelheid zelfstudie per contactuur neemt af naarmate het aantal contacturen in een curriculum toeneemt (ongeacht de inhoud van de studie)’. Een contactuur levert de meeste zelfstudietijd op bij ongeveer 325 tot 400 uur contacturen op jaarbasis. LINK pp.127 Dit leidt tot 820 netto uren zelfstudie. Bij meer contacturen gaan studenten minder zelfstandig werken, bij minder contacturen gaan studenten wel meer zelfstandig werken maar dit compenseert het verlies aan contacturen niet volledig. (Vos,1992) (Vos, 1998)

Zelfstudietijd-contacttijd op cursusniveau
Hetzelfde geldt op cursusniveau blijkens onderzoek van Gijselaer en Schmidt (1993). Het omslagpunt waarbij een toename van contacturen geen extra hoeveelheid zelfstudie oplevert is 12 uur per week. Dit onderzoek had betrekking op een groot aantal (65) cursussen, echter wel allen binnen één faculteit (Geneeskunde) aan de Universiteit Limburg. Uit het Maastrichtse onderzoek kwam ook naar voren dat zelfstudie en de ratio contacttijd-zelfstudietijd positief correleert met leerprestaties. Naarmate er binnen een programma per instructie-uur een hoger aantal uren zelfstudie plaatsvinden, nemen de leerprestaties toe. Dit komt ook weer omdat studenten niet meer dan 32 uur netto studeren en hun leerprestaties bepaald worden door de zelfstudie en niet door de contacturen. Contacturen blijken een randvoorwaarde te zijn voor zelfstudie. Hieruit volgt dat de contacturen gericht moeten zijn op het uitlokken van zinvolle zelfstudie. In dit kader stelt Vos (1998) een wijziging van paradigma’s voor. Het presentatie-uitwerkingsmodel (de docent legt uit, vervolgens moet de student aan het werk maar stelt dit uit) moet worden vervangen door het voorbereiding-feedbackmodel: vlak voor (frequente) feedbackmomenten (contacturen, tentamen) moet er tijd zijn voor studenten om zich voor te bereiden.

Zeggingskracht onderzoek
Overigens betekenen deze resultaten niet dat opleidingen precies 12 uur contacttijd per week of 400 uur per jaar moeten roosteren. Het onderzoek baseert zich op de (door studenten) gerealiseerde contacttijd en niet op de geprogrammeerde contacttijd. De geprogrammeerde contacttijd is altijd groter dan de gerealiseerde, afhankelijk van het aantal uren dat studenten absent zijn, wat per opleiding verschilt. Er is hier verder geen informatie over gevonden.

Door het toenemend gebruik van ICT in het Hoger Onderwijs dienen zich nieuwe vragen aan. Het onderscheid tussen zelfstudietijd en contacttijd wordt diffuser bij e-learning. Moet bijvoorbeeld online instructie als zelfstudie, contacttijd of als een nieuwe categorie worden beschouwd? En welke urenverhouding is daarbij het meest efficiënt?

Aanbevelingen.

Hoe kun je onderwijsonderdelen het beste inroosteren?

Wat is de juiste verhouding tussen contacttijd en zelfstudie?

Zie ook eerdere posts op de website over contacttijd.

Literatuur

Over roosters, onderwijsaanbod en tentamenroosters

Lees meer hierover in het artikel ‘Over roosters: onderwijsaanbod en tentamenroosters’, geschreven door Dato N.M. de Gruijter, september 2008.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *