Sociale en academische integratie

Sociale en academische integratie zijn voorwaardelijk voor het realiseren van studiesucces.

Sociale versus academische integratie
Studenten die goed zijn geïntegreerd in hun studieomgeving hebben meer studiesucces. Er kan hierbij onderscheid worden gemaakt tussen sociale integratie (interactie met medestudenten en andere betrokkenen) en academische integratie. Van academische integratie is sprake als studenten zich identificeren met hun studie en hun instelling, zich op hun gemak voelen in colleges en werkgroepen en gelegenheid hebben om met docenten en studenten in contact te treden. De begrippen sociale en academische integratie worden in de verschillende onderzoeken nogal eens verschillend afgebakend. Ook het onderscheid tussen beide integratievormen staat ter discussie. Volgens recente inzichten is academische integratie ingebed in het sociale systeem: colleges volgen is naast een academische activiteit ook een sociale activiteit.

Studiestaking
Op het gebied van studierendement en de effecten van integratie is het Amerikaanse onderzoek van Tinto van eminent belang. In zijn (aangepaste) model naar studiestaking (1987,2004) is sociale en academische integratie een cruciale factor. De invloed van sociale en academische integratie is daarbij vooral indirect van aard. Tinto stelt dat naarmate de student beter academisch is geïntegreerd, zijn goal orientation (doelgerichtheid om de studie te halen) groter is. Dit zorgt voor een betere studievoortgang en minder studie-uitval. Sociale integratie zorgt voor een grotere institutional commitment (verbondenheid met de onderwijsinstelling en opleiding). Ook institutional commitment is weer positief van invloed op de studievoortgang en zorgt voor een kleinere kans op studie uitval.

Academische integratie
Volgens Prins (1997) leidt integratie tot betrokkenheid bij de opleiding en aldus tot hogere studievoortgang en minder studie-uitval. Hij relativeert het belang van sociaal integratie (in Nederland). Volgens hem studeren sociaal geïntegreerde studenten niet sneller dan andere studenten. Wel vallen zij minder uit. Voor uitvalsbeslissingen is academische integratie belangrijker dan sociale integratie. Studenten die veel contacten hebben met de staf van een opleiding vallen minder uit. Wellicht is een andere begripsdefinitie dan Tinto of de andere onderzoekscontext (Nederland) een verklaring voor deze tegengestelde resultaten. Interessant is verder de conclusie van Prins dat de relatie tussen sociale en academische integratie niet wederzijds van aard is. Sociale integratie gaat volgens hem vooraf aan academische integratie. Naarmate een student meer sociaal geïntegreerd is neemt de academische integratie toe. Resultaten van Beekhoven et al.. (2002) LINK wijzen ook in deze richting. Deze onderzoekers (die het onderscheid tussen academische en sociale integratie als kunstmatig beschouwen) ondervroegen schriftelijk 25 eerstejaarsstudenten. De sfeer van de opleiding (onderdeel van de schaal naar academische integratie) werd door hen voornamelijk geassocieerd met contact met medestudenten en niet met meer academische aspecten, zoals bijvoorbeeld interactie met de faculteit).

Contacttijd eerste jaar
Juist bij aanvang van de studie zijn contactmomenten van belang voor het bouwen aan voorspoedige integratie. In dit licht is de constatering van zowel Meerum Terwogt-Kouwenhoven (1990) als Jochems (1990) relevant. Zij wijzen er op dat opleidingen meer onderwijstijd reserveren naarmate de studenten verder zijn in de opleiding. Met andere woorden, de opbouw van het curriculum werkt wat dit betreft niet bevorderlijk voor de integratie van studenten. Prebbles et al. (2004) noemen in hun review de beschikbaarheid van goede voorzieningen als factor die institutional commitment versterkt (voorbeelden van voorzieningen: studentenvereniging, sportfaciliteiten, bibliotheek, financiële ondersteuning, studentenhuisvesting). Daarnaast blijkt peer tutoring een duidelijk effect op de academische integratie te hebben en het interculturele klimaat op de opleiding (afwezigheid van discriminatie en positieve houding ten opzichtte van diversiteit onder studenten).

Lees meer
Aanbevelingen op het gebied van sociale en academische integratie vindt u hier!

ICT en sociale integratie.
Good practices op het gebied van integratie vindt u hier!

Checklist Academische integratie vindt u hier!.

Literatuur:
– Beekhoven, S., U. de Jong, & H. Van Hout (2002). Invloeden op studievoortgang: een kwalitatieve analyse. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs 20 (3), 180-201
– Bruinsma, M. & E.P.W.A. Jansen. 2005. Het onderwijsproductiviteitsmodel van Walberg: Enkele factoren in het hoger onderwijs nader onderzocht. Pedagogische Studiën, 82:46-58.
– Jochems (1990). Productiever onderwijs. Delft, DUP. Inaugurele reden.
– Meerum Terwogt-Kouwenhoven, K (1990). Niet gewogen, toch te licht bevonden. Analyse van de rendementsproblematiek aan de universiteit. Kampen, Mondias. Academisch proefschrift.
– Prebble, T. H. Hargraves, L. Leach, K. Nadoo, G. Suddaby & N. Zepke (2004). Impact of student support services and academic development programmes on student outcomes in undergraduate tertiary study: a synthesis of the research. New Zealand: Ministry of Education.
– Prins, J. (1997). Studie-uitval in het wetenschappelijk onderwijs. Studentkenmerken en opleidingskenmerken als verklaring voor studieuitval. Academisch proefschrift
– Tinto, V. (1987). Leaving college: rethinking the cause and cures of student attrition. Chicago: University of Chicago Press.
– Tinto, V. (2004). Linking Learning and leaving: Exploring the role of the college classroom in student departure. In: J.M. Braxton (2004). Reworking in the student departure puzzle. 81-94. Nashville: Vanderbilt University Press.

3 Thoughts on “Sociale en academische integratie

  1. Maartje van den Bogaard on December 2, 2010 at 3:25 pm said:

    Ik ben zelf momenteel bezig met onderzoek naar de beinvloedbaarheid van factoren die studiesucces bepalen. Daar hoort ook literatuuronderzoek bij en ik liep, net als Beekhoven naar wiens werk verwezen wordt, op tegen het probleem dat academische en sociale integratie slecht gedefinieerd zijn door Tinto. Onderzoekers die Tinto gebruiken als basis voor onderzoek, maken allemaal eigen definities en operationaliseren ook alles op een andere manier. Tinto’s model is een theoretisch model en het houdt nauwelijks in de empirie.
    Ik heb er om die reden voor gekozen om de twee begrippen los te laten. Dat sociale netwerken van groot belang zijn, dat is op basis van zeer veel studies aannemelijk. Ik heb er daarom voor gekozen om het model van Getzels and Thelen voor de “leeromgeving als sociaal systeem” als uitgangspunt te nemen. Daarin staan allerlei vormen van interactie tussen studenten onderling en tussen studenten en de organisatie centraal. Het geeft echter veel meer aanknopingspunten voor verbeteringen in rendementsbevorderend beleid. In het model van Getzels and Thelen is ene duidelijke “personal dimension”, de bagage die de studenten meenemen, maar er is ook een “social dimension”.
    Het belang van aandacht voor de sociale omgeving van studenten is daarmee eens te meer onderstreept, maar wel op veel een practischere manier dan Tinto het heeft geintroduceerd.

  2. Jan Nedermeijer on December 8, 2010 at 8:55 pm said:

    Maartje,
    zou je in een post wat meer kunnen zeggen over het model van Getzels en Thelen. Hoe ziet het eruit, wat is de wetenschappelijke basis (al dan niet via een handige verwijzing) en welke aanknopigspunten zijn er.
    Jan Nedermeijer

  3. Shelli on October 18, 2011 at 1:43 am said:

    Ik ben zelf momenteel bezig met onderzoek naar de beinvloedbaarheid van factoren die studiesucces bepalen. Daar hoort ook literatuuronderzoek bij en ik liep, net als Beekhoven naar wiens werk verwezen wordt, op tegen het probleem dat academische en sociale integratie slecht gedefinieerd zijn door Tinto. Onderzoekers die Tinto gebruiken als basis voor onderzoek, maken allemaal eigen definities en operationaliseren ook alles op een andere manier. Tinto’s model is een theoretisch model en het houdt nauwelijks in de empirie.
    Ik heb er om die reden voor gekozen om de twee begrippen los te laten. Dat sociale netwerken van groot belang zijn, dat is op basis van zeer veel studies aannemelijk. Ik heb er daarom voor gekozen om het model van Getzels and Thelen voor de “leeromgeving als sociaal systeem” als uitgangspunt te nemen. Daarin staan allerlei vormen van interactie tussen studenten onderling en tussen studenten en de organisatie centraal. Het geeft echter veel meer aanknopingspunten voor verbeteringen in rendementsbevorderend beleid. In het model van Getzels and Thelen is een duidelijke “personal dimension”, de bagage die de studenten meenemen, maar er is ook een “social dimension”.
    Het belang van aandacht voor de sociale omgeving van studenten is daarmee eens te meer onderstreept, maar wel op veel een practischere manier dan Tinto het heeft geintroduceerd.

    +1

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *