Inzet studenten

De studievoortgang van studenten wordt veelal gemediëerd door hun motivatie. Gedeeltelijk heeft dit te maken met het ‘karakter’ van de student, maar het is deels ook te beïnvloeden van buitenaf.

Persoonskenmerken
Er lijkt weinig relatie te bestaan tussen de studievoortgang van studenten en bepaalde persoonskenmerken zoals woordenschat, algemene ontwikkeling, en de persoonlijkheidskenmerken extraversie, vriendelijkheid, neuroticisme (Bijleveld, 1993; Meerum Terwogt-Kouwenhoven, 1988; Schouwenburg, 1994). In een onderzoek over de studievoortgang van VWO-studenten aan de UvA (De Jong, Hoekstra en Vendel, 2001) bleek er wel een positief effect te bestaan van de eigenschap ‘nauwkeurigheid’ op de inzet van de studenten en daarmee indirect ook op studievoortgang.

Motivatie
Het persoonlijkheidskenmerk waarvan uit onderzoek duidelijk blijkt dat het een relatie heeft met de studievoortgang is motivatie in termen van zelfvertrouwen, verwachtingen en aspiraties. In welke mate de relatie tussen studievoortgang en motivatie causaal is, is niet zonder meer duidelijk. Crombag e.a. (1975) toonden een zwak verband aan tussen prestatiemotivatie en studievoortgang. Van den Broek e.a. (2005) spreken over aspiraties en gedrevenheid als verklarende studenteigenschap. Prins (1997) enquêteerde duizend studenten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij laat zien dat intrinsiek gemotiveerde studenten (‘met aspiratie’) minder vaak uitval vertonen dan studenten die weinig aspiratie hebben. Hun motivatie is sterk positief gerelateerd aan (academisch) zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is op zichzelf ook weer sterk (negatief) gecorreleerd aan studie-uitval.

Recent deed Bruinsma (2003) onder twee cohorten studenten, bij vierenvijftig cursussen van vier opleidingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte daarbij met selfreportvragenlijsten voor studenten. Net als bij Prins blijkt uit dit onderzoek dat studenten met zelfvertrouwen een hoge motivatie hebben, in termen van verwachtingen ten aanzien van de persoonlijk studiesucces (zowel cijfers als studievoortgang). Studenten die aangaven vertrouwen in zichzelf te hebben behaalden meer studiepunten aan het einde van het eerste en tweede jaar. Ook de studenten die aangaven geïnteresseerd te zijn in de studie behaalden meer studiepunten. Beekhoven et al. (2002), bevestigen de relatie tussen studiesucces en zelfvertrouwen in hun onderzoek onder eerste jaarsstudenten. Zij laten in hun kwalitatief onderzoeksdeel zien dat studenten hun vertrouwen (slaagkans) vooral baseren op hun eerder behaalde studieresultaten.

Relatie zelfvertrouwen- verwerkingsstrategieën
Interessant is de relatie tussen zelfvertrouwen en verwerkingsstrategieën die in het onderzoek van Bruinsma wordt gelegd. De studenten met zelfvertrouwen geven aan dat ze gebruik maken van diepteverwerking strategieën zoals kritisch lezen, structureren en context verbreden. Toch is diepteverwerking geen directe indicator voor studiesucces. De mate van diepteverwerking heeft juist een negatieve relatie met de studievoortgang van studenten. De verklaring die de onderzoeker hiervoor geeft, is dat dit samenhangt met de kwaliteit van beoordeling waar vaker reproductieve kennis getoetst wordt in plaats van diepte verwerkingsstrategieën. Zelfvertrouwen van studenten leidt dus tot een diepere verwerking van de stof, maar diepteverwerking op zich leidt niet automatisch tot een snellere studievoortgang. Dit blijkt ook uit de studievoortgang van studenten met faalangst. Deze studenten geven aan relatief weinig diepte verwerking strategieën te hanteren. Desalniettemin is er geen (negatieve) relatie tussen faalangst en de studievoorgang in het eerste of tweedejaar Bruinsma (2003).

Zorgvuldigheid
Uit onderzoek van Schouwenburg (1994) en Busato et al. (2000) blijkt dat ook het persoonskenmerk ‘zorgvuldigheid’ van invloed is op studiesucces. Schouwenburg stelt dat dit kenmerk niet goed te onderscheiden is van het planningsgedrag van studenten.

Lees meer over concrete maatregelen om de studie-inzet van studenten te bevorderen.

Suggesties voor het versterken studievaardigheden van eerstejaars beta-studenten.

Zie ook Motivatie en studiegedrag van studenten.

Literatuur
Bruinsma, M. (2003) Effectiveness of higher education : factors that determine outcomes of university education. Groningen GION, Rijksuniversiteit Groningen. Academisch proefschrift.
• Meerum Terwogt-Kouwenhoven, K. (1990). Niet gewogen toch te licht gevonden. Analyse van de rendementsproblematiek aan de universiteit. Amsterdam Kampen: Mondias. Academisch proefschrift.
• Nieuwhof, M.G.H., Olle ThJ ten Cate, Paul Oosterbveld, Marc B.M. Soethout (2004). Measuring Strength of Motivation for Medical School.
• Prins, J. (1997). Studie-uitval in het wetenschappelijk onderwijs. Studentkenmerken en opleidingskenmerken als verklaring voor studie-uitval. Academisch proefschrift.
• Schouwenburg, H.C. (1994). Uitstelgedrag bij studenten. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen. Academisch proefschrift.
• Van den Broek, A., Sijbers, R., Van de Wiel, R. Welling, N., Uerz, D. (2005). Net dat beetje extra. Studentenmonitor 2004. Studeren in Nederland: kernindicatoren, determinanten van studievoortgang en de gedreven student. Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *