Planningsvaardigheden

Een vaardigheid die studenten snel onder de knie moeten krijgen is het plannen van hun studeergedrag. De inrichting van het curriculum speelt daar een belangrijke rol in.

Leren plannen
De organisatie van het curriculum beïnvloedt sterk het planningsgedrag van de student. Het planningsgedrag van studenten is een belangrijke factor voor de studievoortgang (Meerum Terwogt-Kouwenhoven, 1990; Schouwenburg, 1994). De eerstejaarsstudenten Psychologie in het onderzoek van Meerum Terwogt-Kouwenhoven, die goed kunnen plannen zijn zorgvuldiger, werken regelmatiger, volgen meer colleges en steken meer tijd in de voorbereiding van een tentamen.

Kortingsprincipe
Schouwenburg hanteert op basis van zijn onderzoek naar uitstelgedrag bij studenten het begrip ‘kortingsprincipe’. In de economie heeft het kortingsprincipe de betekenis dat mensen op de vrije markt goederen minder waard vinden naarmate levering langer op zich laat wachten. De tijd besteed aan zelfstudie volgt dit kortingsprincipe. Studenten laten zich bij de keuze voor hun tijdbesteding leiden door de verwachte opbrengst op de korte en langere termijn. Het nastreven van een korte termijn doel is op zich niet irrationeel omdat de student kiest voor wat hij het belangrijkste vindt. Onconsciëntieuze studenten zijn echter minder goed in staat om weerstand te bieden aan de verleiding van aantrekkelijke korte termijn doelen (doelen die niet gerelateerd zijn aan de studie). Dit gaat ten kostte van hun lange termijn doel, de studievoortgang. Oosterhuis-Geers (1995) laat met haar studiebegeleidingsmethode PROBES zien dat opleidingen de planningsvaardigheden van studenten kunnen beïnvloeden. Opleidingen doen dit door hun studenten in de opleiding hun studiemethoden met elkaar te laten bespreken.

Studieloopbaanbegeleiding
Een bijzondere vorm van planningsvaardigheden is de studieloopbaanplanning. De verwachtingen van studenten ten aanzien van hun opleiding spelen een belangrijke rol. Prins (1997) ontdekte dat veel van de uitvallers verkeerde verwachtingen hebben over de studie en de beroepskansen. De academische ambitie van deze studenten blijkt ook lager te liggen dan die van de volhouders. Verder constateert hij dat meer contacttijd in de propedeuse het studieuitvalmoment vervroegt. Blijkbaar leidt een vroege en intensievere confrontatie met het vakgebied bij studenten sneller tot bezinning op de studie. Kwalitatief onderzoek door het ICLON (Elsen, 1998) onder studie-uitvallers in het eerste studiejaar aan de Universiteit Leiden bevestigt het beeld dat uitvallers vaak verkeerde verwachtingen hebben ten aanzien van hun studie en hun eigen belangstelling. Het onderzoek maakt de volgende concrete tegenvallers zichtbaar: de studie is te theoretisch, te wetenschappelijk, de studie heeft onvoldoende relatie met de praktijk, in de studie is sprake van Engelstalige colleges en literatuur. Ook hebben de studenten een onrealistisch beeld ten aanzien de inhoud van opleidingen (bijvoorbeeld verwachten zij niet zo veel statistiek bij psychologie, of zijn zij niet bewust van de verschillende inhoudelijke accenten die een opleiding legt in haar curriculum).

Op basis van bovenstaande zijn verschillende mogelijke actiepunten geformuleerd.
Klik hier voor good practices ter ondersteuning van planningsvaardigheden.

Hoe kan een opleiding de planningsvaardigheden van de studenten beinvloeden?

Literatuur

  • Elsen, M (1998). Studieuitval in de propedeuse – een pluriform verschijnsel. ICLON, Leiden, rapport 49.
  • Meerum Terwogt-Kouwenhoven, K. (1990). Niet gewogen toch te licht gevonden. Analyse van de rendementsproblematiek aan de universiteit. Amsterdam Kampen: Mondias. Academisch proefschrift.
  • Oosterhuis-Geers, J.A. (1995). PROBES: PROcedure ter Bevordering van Effectief en efficiënt Studeergedrag. Academische Proefschrift. Hengelo.
  • Prins, J. (1997). Studie-uitval in het wetenschappelijk onderwijs. Studentkenmerken en opleidingskenmerken als verklaring voor studie-uitval. Academisch proefschrift.
  • Schouwenburg, H.C. (1994). Uitstelgedrag bij studenten. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen. Academisch proefschrift.
  • Van den Broek, A., Sijbers, R., Van de Wiel, R. Welling, N., Uerz, D. (2005). Net dat beetje extra. Studentenmonitor 2004. Studeren in Nederland: kernindicatoren, determinanten van studievoortgang en de gedreven student. Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *