Selectie

Het instroomniveau van de studenten is een van de belangrijkste kenmerken waarop universiteiten kunnen selecteren bij hun instroom. Daarnaast wordt er momenteel volop geëxperimenteerd met selectie op basis van bijvoorbeeld motivatie.

Vooropleiding
Uit Amerikaans onderzoek blijkt het Grade Point Average (GPA) (het gemiddelde eindcijfer van de vooropleiding) het beste studentkenmerk te zijn om de studievoortgang te voorspellen in de Verenigde Staten. (Salvatori, 2001). Er is steeds meer bewijs voor het idee dat ook Nederlandse studenten met een hoog gemiddeld vooropleidingcijfer beter presteren dan studenten met lage vooropleidingcijfers. Aanvankelijk waren er vooral indicaties bekend voor de invloed van bètavakken in de vooropleiding. Bruinsma (2003) doet uitspraken over de voorspellende waarde van het gemiddelde vooropleidingcijfer aan de Universiteit Groningen. Bij haar blijkt dat het gemiddelde vooropleidingcijfer een belangrijke indicator is van studievoortgang. Haar uitspraak is gebaseerd op onderzoek bij vier opleidingen. Hiervan is er één bètaopleiding maar daarnaast ook twee opleidingen van de faculteit Economie en een letterenopleiding. (Merk op: Het vooropleidingcijfer bleek geen effect te hebben op de ervaren moeilijkheid van de opleiding door de student). Zij adviseert opleidingen om een deficiëntieprogramma op te zetten voor studenten met een laag vooropleidingscijfer. De ICLON-onderzoeken van De Gruijter et al. (2005, 2006) richten zich specifiek op non-bètaopleidingen. Zij bekeken de relatie tussen vooropleiding (VWO) en de studievoortgang bij drie cohorten propedeusestudenten van de opleidingen Bestuurskunde, Geschiedenis, Psychologie, Rechten, en de drie talenstudies Duits, Frans en Italiaans. De relatie tussen VWO-cijfers en studiesucces verschilt van opleiding tot opleiding maar in alle gevallen blijken studenten met een relatief laag gemiddeld eindexamencijfer minder succesvol te zijn in de studie. Het gemiddeld eindexamencijfer (centraal schriftelijk eindexamencijfer + schoolonderzoeken) is daarbij een slechtere voorspeller dan enkel het centraal schriftelijk eindexamencijfer. Verder blijkt verrassend genoeg dat er een geringe samenhang is tussen een voor de hand liggende voorspeller zoals het cijfer voor een moderne taal en studiesucces in de desbetreffende studierichting. Eerder onderzoek van Van der Hulst en Jansen (2000) liet zien dat het cijfer voor exacte vakken in de vooropleiding bij bètastudenten wel een belangrijke indicator is voor studiesucces.

Zeggingskracht onderzoek
Scholen voor voortgezet onderwijs hebben steeds meer vrijheid om de centrale schoolexamens naar eigen inzicht in te vullen (naast de vrijheid die zij al kennen met betrekking tot de schoolonderzoeken). De Lange en Dronkers (2006) stellen dat de zeggingskracht van het eindexamencijfer in de toekomst minder dreigt te worden. Zij laten zien dat scholen steeds sterker verschillen in de becijfering van hun schoolonderzoeken. Het gevolg is dat de eindexamens steeds sterker variëren per school en dus onvergelijkbaar met elkaar worden. Het gemiddelde eindexamencijfer als indicator voor studievoortgang in het Hoger Onderwijs kan daarmee onder druk komen te staan.

Hier vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen ten aanzien instroomniveau studenten.

Checklist Instroomniveau

Welke invloed heeft instroomniveau studenten op studiesucces?

Good practice (bijspijkercursussen Wiskunde)

Afschaffing loting en 8+ regeling bij geneeskunde?

Relevante literatuur

Op 12 februari 2009 hield het ICLON een symposium over ‘rendement’. Die middag gaf de heer J. Nedermeijer van het ICLON, een presentatie over ‘VWO eindexamencijfers en rendement’. Namens mevrouw L. Urlings sprak de heer T. Splinter van het Erasmus MC te Rotterdam over ‘Selectie aan de Poort’.

  • Bruinsma, M. (2003) Effectiveness of higher education : factors that determine outcomes of university education. Groningen GION, Rijksuniversiteit Groningen. Academisch proefschrift.
  • De Gruijter, D.N.M, M. Yildiz, J. ’t Hart (2005) Presteren in het VWO en het HO Deelonderzoek van experimenten met selectie: selectie op basis van vooropleidinggegevens. ICLON, Leiden, rapport 148.
  • De Gruijter, D.N.M, M. Yildiz, J. ’t Hart (2006) VWO-examenresultaten en succes in de propedeuses geschiedenis en Psychologie. ICLON, Leiden, rapport 164.
  • De Lange, M. & J. Dronkers (2007). Hoe gelijkwaardig blijft het eindexamen tussen scholen in Nederland? Discrepanties tussen de cijfers voor het schoolonderzoek en het centraal examen in het voortgezet onderwijs tussen 1998 en 2005. Badia Fiesolana, Europees Universitair Instituut 2007/03.
  • Salvatori, P. 2001. Reliability and validty of admissions tools used to select students for health professions. Advances in health sciences education (6) 159—75.
  • Smit, A. & G. Verduin (2005). Afstuderen of afzwaaien. ICLON-rapport nr.158. Leiden, ICLON.
  • Van der Hulst, M. & E. Jansen (2000). Effecten van curriculumkenmerken op studievoortgang en uitval van studenten techniek. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 24-3/4, 237-247.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *