Studiebegeleiding

Studiebegeleiding is een veel gebruikte methode om het studiesucces van studenten te bevorderen, toch blijken de effecten hiervan minder vanzelfsprekend dan wel wordt aangenomen.

Gering meetbaar effect?
Het literatuuraanbod naar de rendementseffecten van studiebegeleiding staat in schril contrast met de beschikbare literatuur over de methoden om die studiebegeleiding vorm te geven. Blijkbaar staat het effect ervan niet ter discussie. Toch blijkt geen effect te kunnen worden aangetoond op het onderwijsrendement (Kip, 1970; Israëls, 1983; Meerum Terwogt-Kouwenhoven, 1990). Studenten geven wel aan begeleiding te waarderen (Kip, 1970). Israëls (1983) en Jochems (1990) stellen beiden onomwonden dat studievaardigheidstrainingen niet effectief zijn en beter kunnen worden afgeschaft.

Een verklaring voor het geringe meetbare effect van studiebegeleiding op de studievoortgang kan zijn de invulling die in het verleden aan studiebegeleiding werd gegeven. Studiebegeleiding kan algemeen of meer specifiek zijn. Algemene begeleiding heeft tot doel het voorkomen, tijdig signaleren en oplossen van algemene studieproblemen. Begeleiding wordt specifiek als deze gericht is op een cursus of opleiding van de studenten. Wijnen (1992) wijst op het belang van specifieke begeleiding en stelt dat studiebegeleiding zoveel mogelijk geïntegreerd moet zijn in het reguliere onderwijsprogramma. Studieproblemen vinden hun oorzaak in een verscheidenheid aan factoren. Er is niet één oorzaak voor studieproblemen. Studiebegeleiding zou daarom ook op maat moeten zijn.

Methode voor begeleiding
Oosterhuis-Geers (1995) ontwierp een deels aparte en deels geïntegreerde begeleidingsmethode. Reden voor een deels aparte methode is dat bij volledige integratie studenten weer moeite hebben met transfer van het geleerde naar andere cursussen. Deze methode, (procedure ter bevordering van effectief en efficiënt studeren), is gebaseerd op ontwerpaanwijzingen PROBES voor studievaardigheidonderwijs, die weer afkomstig zijn van een literatuurinventarisatie.

Uit haar experiment onder eerstejaarsstudenten van opleidingen van twee faculteiten aan de Universiteit Twente (Bestuurskunde en Informatica) blijkt dat de methode een positief korte termijneffect (tweede trimester) heeft op de studievoortgang van de langzame en matig snel studerende studenten. Een positief middenlange termijn (derde trimester) effect is alleen zichtbaar bij studenten van maatschappijwetenschappelijke studierichtingen. Zij toont geen effect op lange termijn aan.

Een ander interessant onderwijsexperiment waarbij intensieve studiebegeleiding was geïntegreerd in het studieprogramma, speelde zicht af bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht (Admiraal, Wubbels & van den Heuvel, 1998). Hier kregen groepjes van twee of drie studenten wekelijks groepsopdrachten om een essay te schrijven. De essays werden door de docent beoordeeld en wekelijks tijdens de werkgroep besproken. De studenten waren ook verplicht wekelijks aanwezig te zijn en zij moesten de opdrachten schriftelijk voorbereiden. Deze intensieve begeleidingsvorm was facultatief. In de werkgroep zaten ook studenten die niet meededen aan deze intensieve begeleidingsvorm en de opdrachten niet hoefden maakten. Het bleek dat de begeleide studenten hogere cijfers haalden. Wanneer dit sterke positieve effect werd gecorrigeerd voor de vermeerderde tijdsinvestering van de studenten dan bleek het effect van de begeleiding nog maar matig sterk. Het experiment is een voorbeeld waaruit blijkt dat de onderlinge relatie tussen de verschillende rendementsbepalende factoren sterk bepalend is voor onderwijsrendement. Ook in dit voorbeeld blijkt de roostering van onderwijsonderdelen weer van sterke invloed te zijn.

Positief effect bij vroegtijdige begeleiding
Onderzoek waaruit wel duidelijk positieve effecten van studiebegeleiding op het onderwijsrendement naar voren komen wordt genoemd door Prebble et al. (2004, p.74-76) in hun review van Angelsaksisch onderzoek. Hier blijkt dat aanvullende instructie (‘supplemented instruction’) een duidelijk gunstig effect heeft, met name als dit plaats vindt bij aanvang van de studie. Met supplemented instruction doelen zij op een begeleidingsvorm die openstaat voor alle studenten, gerelateerd is aan een specifieke cursus en betrekking heeft op moeilijke onderwerpen van de cursus. Daarmee onderscheidt het zich van tutoring en remediering. In Nederland zijn positieve effecten van studiebegeleiding op het onderwijsrendement gevonden door Prins (1997; 1998). De aanwezigheid van studiebegeleiding lijkt de beslissing van eerstejaarsstudenten te beïnvloeden, om wel of niet de studie te beëindigen. Bij opleidingen met studiebegeleiding zijn de prestatieverschillen tussen studenten van invloed op hun beslissing de studie te staken. Bij opleidingen met relatief weinig studiebegeleiding hebben verschillen tussen studenten minder invloed hebben op de studievoortgang of studie-uitval. Blijkbaar zorgt studiebegeleiding ervoor dat studenten hun irreële verwachtingen ten aanzien van de studie bijstellen tot realistische, en daar sneller consequenties aan verbinden.

Al met al is de effectiviteit van de diverse vormen van studiebegeleiding als factor voor onderwijsrendement moeilijk aan te tonen. De positieve effecten van begeleiding worden kleiner als het onderwijs beter is opgezet. Overigens is het vooralsnog onduidelijk in hoeverre studiebegeleiding bijdraagt aan een academische integratie en daarmee indirect aan een hoger rendement. Het gegeven dat studenten aangeven studiebegeleiding te waarderen, zou daar op kunnen duiden.

Lees meer
Aanbevelingen op het gebied van studiebegeleiding
Good practices op het gebied van studiebegeleiding
Andere relevante blogposts over begeleiding zijn te vinden via de tags begeleiding en mentoraat.

Literatuur

  • Admiraal W., Th. Wubbels & T. van den Heuvel (1998). Gedifferentieerde onderwijsbegeleidng, tijdsbesteding en studieprestaties. Onderzoek van Onderwijs, 27, 1, 11-13
  • Israëls, H. (1983). Studiebegeleiding: worden mensen wijzer? Universiteit en Hogeschool, 29, 4, 161-167.
  • Jochems, W. (1990). Productiever onderwijs. Inaugurele reden. Delft, DUP.
  • Kip, E.C. (1970). Studiebegeleiding aan eerstejaarsstudenten. Groningen, Wolters-Noordhoff.
  • Meerum Terwogt-Kouwenhoven, K (1990). Niet gewogen, toch te licht bevonden. Analyse van de rendementsproblematiek aan de universiteit. Academisch proefschrift. Kampen, Mondias.
  • Oosterhuis-Geers (1995). Procedure ter bevordering van effectief en efficiënt studeren. Academisch Proefschrift. Hengelo.
  • Prebble, T. H. Hargraves, L. Leach, K. Nadoo, G. Suddaby & N. Zepke (2004). Impact of student support services and academic development programmes on student outcomes in undergraduate tertiary study: a synthesis of the research. New Zealand: Ministry of Education.
  • Prins (1998). Studie-uitval in het wetenschappelijk onderwijs. Onderzoek van Onderwijs, 27, 1, 8-10
  • Schouwenburg, Groenewoud (1997): Studieplanning: een werkboek voor studenten. Groningen Wolters Noordhoff.

2 Thoughts on “Studiebegeleiding

  1. Wilma Menko on February 19, 2013 at 11:01 am said:

    Klopt het dat deze website niet meer is bijgewerkt na 2000 gezien de geciteerde bronnen?
    M.vr.gr. W. Menko

    • Jan Nedermeijer on February 21, 2013 at 12:42 pm said:

      Menko,
      de website wordt nog steeds bijgehouden. ieder week verschijnen er twee of meer posts. met daarin regelmatig recente artikelen.
      Wel is het zo dat bestaande posts niet regelmatig geupdate worden. Wel probeer ik ervoor te zorgen dat als er aanvullingen op een post wenselijk zijn dat ik een post maak met mogelijke aanvullingen en dan in de relevante oudere posts links opneem.
      Al met al geeft de website een goed overzicht van de stand van zaken tav resultaten uit onderzoek en opgedane ervaringen.
      Als je vragen of suggesties heb, hoor ik dat graag.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *