Belangrijke voorwaarden voor succes die betrekking hebben op het aanbod van onderwijs betreffen de inrichting en organisatie van het curriculum. Studenten moet inzicht geboden worden in de opbouw van het curriculum en de leerroute die zij volgen, in relatie tot de doelstellingen die worden beoogd. Inzicht in de samenhang van het programma werkt bevorderend voor de motivatie om programma-onderdelen te volgen en af te sluiten. Daarnaast zijn de wijze waarop het curriculum is ingericht en georganiseerd, en de opdrachten die worden verstrekt, belangrijke factoren voor de hoeveelheid effectieve leertijd die de student aan de studie besteedt. Tenslotte zijn de struikelmomenten die zich kunnen voordoen en onnodig tot studievertraging kunnen leiden, een belangrijk aandachtspunt waarop de task force de aandacht wil vestigen.

Klik hier voor good practices m.b.t. roostering.

Op basis van de geformuleerde visie stelt de task force een aantal doelen voor. Het spreekt voor zich dat die doelen moeten worden gehaald met behoud van de kwaliteit en het niveau van het onderwijs.  

Ambitie: De verwijzende en bindende functie van het eerste bachelorjaar wordt versterkt. De inzet moet zijn om zo mogelijk vóór, maar in ieder geval zo vroeg mogelijk in de studie (veelal het eerste semester) te kunnen concluderen of de student de voor hem of haar best passende opleiding volgt. Na het eerste jaar moeten er geen studenten meer uitvallen.

 Beginsituatie: Het eerste bachelorjaar kent momenteel een uitval van 27%. Read More →

Visie

De onderwijsvisie die in het instellingsplan 2010 – 2014 is verwoord, biedt voor de task force het kader waarbinnen de voorstellen voor het bevorderen van studiesucces zijn ontwikkeld. Het meest wezenlijke kenmerk van dat onderwijs is de academische signatuur met verwevenheid van onderwijs en onderzoek, gericht op het uitdagen van talenten van studenten, in een onderwijssetting die in toenemende mate internationaliseert. Het is aan de student die uitdaging aan te nemen maar hij/zij wordt daartoe gestimuleerd door het aangeboden onderwijs. Een cruciale factor in dat onderwijs is de inspirerende docent die vanuit zijn of haar kennis en ervaring op basis van wetenschappelijk werk in staat is de belangstelling van studenten te trekken en vast te houden. Read More →

Bij de uitvoering van de opdracht liet de task force zich leiden door de volgende uitgangspunten:

–         De urgentie om de rendementsproblematiek aan te pakken is voor de task force geen punt van discussie. Gegeven het belang voor studenten, docenten en opleidingen en het maatschappelijk belang, is het volgens de task force hoognodig snel vorderingen te maken door een universiteitsbreed proces in gang te zetten en te ondersteunen met als motto ‘niet praten, maar doen’.

–         Het bevorderen van het studiesucces betreft zowel de bachelor- als de masterfase. Read More →

Aanbeveling 19: Voor de ondersteuning van de implementatie wordt op voorstel van de Rendementskamer een adequate universitaire infrastructuur opgezet die ondersteuning biedt aan de opleidingen en faculteiten bij de implementatie van de diverse aanbevelingen.

 

Toelichting: Deze infrastructuur zal moeten bestaan uit verschillende onderdelen: Read More →

Aanbeveling 18: De monitoring en de uitvoering van de maatregelen worden in handen gelegd van de Rendementskamer die bestaat uit de leden van het Onderwijsberaad, eventueel aangevuld met enkele directeuren van grote opleidingen.

Toelichting: De Rendementskamer bespreekt periodiek de vorderingen en rapporteert daarover aan het College van Bestuur. Daartoe laat de Rendementskamer zich informeren door de faculteiten en vormt zij zich een beeld van de vorderingen en de kwaliteit van de innovaties. De criteria voor de kwaliteit van innoveren kunnen ontleend worden aan de ervaringen van het Platform Bèta-techniek met het Sprintprogramma en hebben betrekking op: realisatie van kwantitatieve prestatie-afspraken, ervaringen met succesvolle practices, aanwezigheid van draagvlak, urgentiebesef en consistentie van het maatregelenpakket.

Aanbeveling 17: Op basis van de doelstellingen die uit de visie zijn afgeleid, dienen prestatieafspraken met faculteitsbesturen te worden gemaakt om deze doelstellingen te realiseren. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op de doelstellingen (targets), instrumenten die worden ingezet en de effectiviteit daarvan om de doelstellingen te realiseren en het creëren van draagvlak voor de maatregelen.

Toelichting: De prestatieafspraken worden vastgelegd in de bestuursafspraken met de faculteitsbesturen en worden periodiek (twee keer per jaar) gemonitord. De bewaking en de monitoring van de afspraken binnen de faculteit zijn onderdeel van het interne kwaliteitszorgsysteem.