All2Finish. ‘Van vertraging naar diploma’ praktijkvoorbeeld uit het hoger agrarisch onderwijs

Post in Good practices, Uncategorized

Instellingen voor hoger onderwijs brengen samen in kaart welke methoden het meest effectief zijn om opgelopen achterstanden van studenten tijdig te signaleren en aan te pakken. Het percentage studenten dat zonder diploma het Hoger Onderwijs verlaat, vinden overheid en instellingen te hoog. In het hoger agrarisch onderwijs lopen te veel studenten tijdens hun studie ongemerkt een studieachterstand op die sluipenderwijs zo groot wordt, dat inhalen steeds moeilijker wordt.

Met welk doel is welk digitale tool ingezet?
Doel van het project is het voorkomen van achterstanden en het inhalen ervan, zodat studenten die HBO-waardig zijn, ook uiteindelijk hun HBO-diploma behalen.

Wat heeft de praktijk opgeleverd voor docent(en) en studenten?
De belangrijkste conclusies en bevindingen zijn:

1. Kies als instelling voor één visie op studentbegeleiding en richt de feitelijke begeleiding daar naar in. In dit project hebben wij gekozen voor een strakke benadering van de studenten. We laten studieachterstanden niet op hun beloop.

2. Investeer in een studentbegeleidingssysteem dat:

a. niet alleen registreert wat de studenten al behaald hebben, maar ook wat ze nog niet behaald hebben. Er bestaat een groot grijs gebied tussen officieel behaalde en de vermeende prestaties zoals docenten en studenten die veronderstellen.

b. betrouwbare en volledige informatie bevat. Deze informatie vormt de basis voor het gesprek met de slb-er. Zorg voor zorgvuldige invoer en controle, voorkom zelf bedachte deeltentamens, onduidelijke feedback, enzovoorts.

c. gebaseerd is op duidelijke rollen en taken en communiceer dit in de instelling.

3. Zorg voor een (digitale) gereedschapskist waaruit studenten en hun begeleiders kunnen putten om voorkomende problemen bespreekbaar te maken en te helpen oplossen. Zo’n gereedschapskist bestaat ondermeer uit instrumenten en checklists voor beroepsbeeldontwikkeling, motivatie, leren leren, persoonlijkheidsontwikkeling, zelfbeeldontwikkeling en reflectie.

4. Analyseer het curriculum in termen van studeerbaarheid. Er moet veel aandacht zijn voor interne consistentie van de leerstof en witte vlekken. Een duidelijke koppeling tussen onderwijs en toetsen maakt het voor de student overzichtelijker.

5. Zorg voor extra hulpmiddelen om studenten voor te bereiden op tentamens, zoals hulplessen, proeftoetsen, extra uitleg al dan niet op video, powerpointpresentaties van (externe) deskundigen, herhalingsstof van voorgaande jaren, schema’s, stroomdiagrammen, visualisaties van theoretische leerstof, enzovoorts.

6. Student- en docentevaluaties van de modules of beroepssituaties geven veel informatie over bijvoorbeeld struikelvakken, moeilijke leerstofonderdelen, incongruenties tussen stof en toetsing, gebrek aan feedback, enzovoorts. Door hier maatregelen voor te nemen, wordt het curriculum beter.

7. Stel een uitstroomcoördinator aan, die actief de langstudeerders benadert en in samenspraak met student en docent een realistische afstudeerroute opstelt.

8. Maak onderscheid tussen de problematiek van studieachterstanden en de problematiek van langstudeerders. In dit project hebben we twee methodieken ontwikkeld: “Zicht op Achterstand” helpt studieachterstanden op te sporen en deze gericht aan te pakken; “Werk als kans” richt zich erop om studenten die nog niet afgestudeerd zijn, maar al wel werk hebben op een volwaardige manier te laten afstuderen.

Frans Jansen
Overgenomen van Surfspace