Hoe voorkomen we dat studenten met een negatief BSA wederom een verkeerde studie kiezen

Post in Onderzoek, Uncategorized

In 2005 heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) het Bindend Studieadvies (BSA) ingevoerd. Het BSA stelt opleidingen in staat om studenten met onvoldoende motivatie, discipline of aanleg tijdig op te sporen en van verdere deelname aan de opleiding uit te sluiten. Het BSA heeft bij de meeste opleidingen een duidelijke schifting in het eerste studiejaar teweeg gebracht.

Het overgrote deel van de studenten met een (voorwaardelijk) positief BSA maakt de bacheloropleiding af. Daarmee bewijst het eerste jaar zijn selectieve waarde. Studenten die dit jaar overleven, kunnen erop vertrouwen dat ze met voldoende inspanning de opleiding zullen voltooien.

Achterliggende gedachte van het BSA is dat iedereen met een vwo-diploma over voldoende intellect, motivatie, doorzettingsvermogen en discipline beschikt om een aca­demische opleiding met goed gevolg te kunnen voltooien. Het falen van de student wordt zo gereduceerd tot een verkeerde studiekeuze. Dit impliceert dat studenten die na een negatief BSA overstappen, het bij de nieuwe studie beter zouden moeten doen dan studenten die recht­streeks vanuit het vwo instromen.

Dit blijkt echter niet zo te zijn; de tweede studiekeuze pakt in veel gevallen niet veel beter uit dan de eerste. Sommige studenten stoten zich inderdaad twee of meer keren aan dezelfde steen. Dit komt mede omdat een negatief BSA de student geen informatie geeft over welke studie wèl bij hem of haar zou passen.

De kans dat de student wederom een verkeerde studiekeuze maakt is groot, indien de student geen bege­leiding bij het maken van  deze keuze krijgt. Om studenten met een negatief BSA te behoeden voor een tweede verkeerde studiekeuze, heeft de Erasmus School of Economics (ESE) een pilot uitgevoerd, die hieron­der besproken wordt.

Conclusie

Een betere invulling van het BSA exit-traject hoort bij een goede invulling van de zorgplicht van onderwijsinstellingen en wordt nog belangrijker in het licht van de door de minister aangekondigde maatregelen voor langstudeerders. Een tweede verkeerde keuze die wederom in een negatief BSA zou resulteren, levert de student immers automatisch de langstudeerdersboete op. Er zijn echter grenzen aan wat er op basis van vrijwilligheid en zorg­plicht kan worden bereikt. Zoals in het artikel aangegeven, slaat 80% van de overstappers een negatief nuladvies in de wind.

Ook is het afwachten of de student ontvankelijk is voor een vroege herbezinning, voordat hij of zij een negatief BSA heeft ontvangen.

Onderwijsinstellingen ontberen momenteel echter de wettelijke mogelijkheden om studenten eerder met de neus op de feiten te drukken. De harde aanpak bij de studietijdsoverschrijding (de langstudeerdersregeling) contrasteert helaas met het vrijblijvende beleid bij aanvang van de studie, waarbij de wetgever studenten toestaat om onbeperkt studies uit te proberen. Het zou de voorkeur verdienen om het beleid om te draaien. Hard bij aanvang, maar soepeler na gebleken inzet of talent. Laat de student vroegtijdig kleur beken­nen en bewijzen dat hij of zij echt voor een academische opleiding wil gaan.

Een eenvoudige maatregel om dit te bereiken, is om studenten na twee negatieve BSA’s verdere inschrijving in het wetenschappelijke onderwijs te weigeren (‘two strikes and you’re out’). Deze generieke maatregel versterkt zowel de reflectie op de studiekeuze, alsook de prikkel tot studeren. Overleven studenten het eerste jaar, dan is er weinig bezwaar tegen enige studievertraging voor studenten die zich gaandeweg ook op een andere manier willen ontplooien.

Ivo Arnold en Wietske Rowaan, Erasmus Universiteit Onderzoek van Onderwijs Jaargang 40/juni 2011